Energiearmoede zet woningen onder druk: het groeiende risico op vocht en schimmel
- Jeroen boxma
- 4 days ago
- 10 min read
Het aantal huishoudens blijft gelijk, maar de ernst van het probleem neemt toe
Energiearmoede gaat niet alleen over een hoge energierekening. Het gaat ook over de keuzes die mensen noodgedwongen in hun eigen woning maken: de verwarming lager zetten, bepaalde kamers niet meer verwarmen of noodzakelijke verbeteringen aan de woning uitstellen. Juist daarom zijn de nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek en TNO relevant voor iedereen die zich bezighoudt met de kwaliteit, gezondheid en verduurzaming van woningen.
In 2025 hadden naar schatting 503.000 Nederlandse huishoudens te maken met energiearmoede. Dat is ongeveer 6 procent van alle huishoudens en vrijwel evenveel als in 2024. Daarmee is de eerdere afname van energiearmoede tot stilstand gekomen. De cijfers over 2025 zijn nog voorlopig, omdat nog niet alle gegevens beschikbaar zijn.
Dat het aantal getroffen huishoudens nauwelijks verandert, betekent echter niet dat het probleem stabiel is. Achter het landelijke percentage verschuift namelijk iets wezenlijks. Het aantal huishoudens met een laag inkomen én hoge energiekosten nam toe van 385.000 in 2024 naar ongeveer 410.000 in 2025. Volgens TNO en het CBS komt dit onder meer door een hoger energieverbruik en gestegen vaste leveringskosten voor gas en elektriciteit.

De betaalbaarheidskloof wordt groter
Voor het eerst is niet alleen gekeken naar hoeveel huishoudens energiearm zijn, maar ook naar de diepte van het probleem. Hiervoor gebruiken de onderzoekers de zogenoemde betaalbaarheidskloof: het bedrag dat een huishouden jaarlijks tekortkomt om de energiekosten onder de gehanteerde grens voor energiearmoede te brengen.
In 2024 bedroeg die kloof gemiddeld 577 euro per huishouden. In 2025 liep dit bedrag op tot 624 euro per jaar. Voor alle huishoudens met een laag inkomen en hoge energiekosten samen gaat het om een tekort van ongeveer 256 miljoen euro. De groep wordt dus niet duidelijk groter, maar de financiële afstand die huishoudens moeten overbruggen neemt wel toe.
Vooral huishoudens in woningen met een zeer slechte energetische kwaliteit worden zwaar getroffen. Zij kwamen in 2025 gemiddeld 1.295 euro per jaar tekort om uit de energiearmoede te komen. Bij energiearme eigenaar-bewoners bedroeg het gemiddelde tekort 967 euro. Juist deze huishoudens beschikken niet altijd over de financiële ruimte om hun woning te isoleren, bouwkundige gebreken aan te pakken of een verouderde installatie te vervangen.
Ook het deel van het inkomen dat naar energie gaat, loopt uiteen. Gemiddeld besteedden Nederlandse huishoudens in 2025 ongeveer 4,8 procent van hun inkomen aan energie. Binnen de groep energiearme huishoudens lag dat aandeel op gemiddeld 11,5 procent: het hoogste niveau sinds het begin van de huidige meetreeks.
Energiearmoede is ook een vraagstuk over woningkwaliteit
De cijfers laten daarmee twee ontwikkelingen naast elkaar zien. Aan de ene kant neemt het aantal huishoudens met een laag inkomen in een woning met een slechte energetische kwaliteit geleidelijk af. Aan de andere kant groeit de groep met een laag inkomen en hoge energiekosten. Bovendien blijft een aanzienlijke groep huishoudens financieel of praktisch niet in staat om de energieprestatie van de woning zelf te verbeteren. TNO schatte dat dit in 2024 voor ongeveer 11 procent van alle huishoudens gold.
Energiearmoede komt relatief vaak voor in grote steden, Noordoost-Groningen en Zuid-Limburg. Wanneer niet alleen naar het aantal huishoudens wordt gekeken, maar ook naar de omvang van hun financiële tekort, blijken de zwaarste problemen vooral aan de randen van Nederland voor te komen.
Deze cijfers gaan in de eerste plaats over betaalbaarheid. Toch vertellen ze indirect ook iets over de woningen waarin mensen leven. Een huishouden dat nauwelijks voldoende middelen heeft om de energierekening te betalen, heeft vaak ook minder ruimte om te investeren in ventilatie, isolatie, onderhoud en herstel. Daarmee wordt energiearmoede niet alleen een sociaal en financieel vraagstuk, maar ook een onderwerp dat nauw samenhangt met de technische kwaliteit en het binnenklimaat van woningen.
In het volgende deel bekijken we wat er in een woning gebeurt wanneer bewoners structureel minder verwarmen, kamers koud blijven en ventilatie uit kostenoverwegingen wordt beperkt. Want juist daar ontstaat de verbinding tussen energiearmoede, condensatie, vochtproblemen en schimmelvorming.
Waarom energiearmoede het risico op vocht- en schimmelproblemen vergroot
De relatie tussen energiearmoede en vochtproblemen ontstaat meestal niet door één afzonderlijke oorzaak. Het is eerder een opeenstapeling van omstandigheden. Wanneer de energierekening zwaar op het huishoudbudget drukt, ligt het voor de hand om minder te verwarmen, kamers ongebruikt te laten of ventilatieroosters dicht te zetten om warmteverlies te beperken. Dat zijn begrijpelijke keuzes, maar ze kunnen het vochtgedrag in een woning ingrijpend veranderen.
Daarbij is het belangrijk om bewoners niet automatisch verantwoordelijk te maken voor schimmelvorming. Of een woning gevoelig is voor vocht hangt ook sterk samen met de isolatie, ventilatievoorzieningen, koudebruggen, constructiedetails en de staat van onderhoud. Het stook- en ventilatiegedrag bepaalt mede hoe zwaar zulke bouwkundige zwakke plekken zich manifesteren, maar is zelden het hele verhaal. Het RIVM maakt daarom nadrukkelijk onderscheid tussen vocht door dagelijks gebruik van de woning en vocht door bouwtechnische oorzaken.
Minder verwarmen maakt oppervlakken kouder
In iedere woning komt dagelijks waterdamp vrij. Mensen ademen, koken, douchen, dweilen en drogen was. Zolang deze vochtige lucht voldoende wordt afgevoerd en oppervlakken warm genoeg blijven, hoeft dat geen probleem te zijn.
Dat verandert wanneer de binnentemperatuur langdurig wordt verlaagd. Muren, plafonds, ramen en bouwkundige aansluitingen koelen dan mee af. Vooral buitenhoeken, dagkanten van kozijnen, aansluitingen tussen gevel en vloer en plaatsen met weinig luchtcirculatie kunnen aanzienlijk kouder worden dan de lucht in de kamer.
Voor dezelfde hoeveelheid waterdamp geldt bovendien dat koude lucht sneller een hoge relatieve luchtvochtigheid bereikt dan warme lucht. De woning hoeft dus niet opeens méér vocht te produceren om vochtiger te worden. Alleen het afkoelen van de binnenlucht kan er al voor zorgen dat de relatieve luchtvochtigheid stijgt en oppervlakken dichter bij het dauwpunt komen.
Wordt een oppervlak koud genoeg, dan kan waterdamp uit de binnenlucht daar condenseren. Dat hoeft niet altijd zichtbaar te zijn als druppels op een raam. Condensatie kan ook optreden als een dunne vochtfilm op stucwerk, behang, hout of achter meubels. De WHO noemt koude oppervlakken, onvoldoende isolatie en thermische bruggen nadrukkelijk als omstandigheden die oppervlaktetemperaturen onder het dauwpunt kunnen brengen en daarmee condensatie kunnen veroorzaken.

Ramen en ventilatieroosters dicht houden vocht binnen
Wie probeert warmte in huis te houden, kan geneigd zijn ramen, roosters en mechanische ventilatie zo weinig mogelijk te gebruiken. Vanuit energiebesparing lijkt dat logisch: warme lucht naar buiten afvoeren voelt als verspilling. Bouwfysisch kan het echter averechts uitpakken.
Ventilatie voert niet alleen warmte af, maar ook het vocht dat in de woning wordt geproduceerd. Wanneer die afvoer ontbreekt, blijft waterdamp langer binnen. De luchtvochtigheid loopt op en de kans neemt toe dat vocht neerslaat op de koudste delen van de woning. Vooral slaapkamers, badkamers, keukens en kleine kamers waarin de deur vaak gesloten blijft, zijn daarvoor gevoelig.
Een raam af en toe korte tijd openzetten is daarbij niet hetzelfde als voortdurend ventileren. Voor een gezond binnenklimaat moet verse lucht kunnen worden aangevoerd, door de woning kunnen stromen en uiteindelijk weer worden afgevoerd. GGD Leefomgeving adviseert daarom om woningen continu te ventileren en tijdelijk extra te luchten na activiteiten waarbij veel vocht vrijkomt, zoals douchen en koken.
Koude kamers kunnen vocht uit andere vertrekken aantrekken
Een veelvoorkomende besparingsmaatregel is alleen de woonkamer verwarmen en slaapkamers, bergingen of een ongebruikte kamer koud laten. Daarmee wordt het energieverbruik beperkt, maar binnen de woning ontstaan grote temperatuurverschillen.
Vochtige lucht blijft niet vanzelf in de verwarmde kamer. Via open deuren, kieren en luchtstromen verplaatst waterdamp zich door het huis. Komt die lucht vervolgens in een veel koudere ruimte terecht, dan stijgt daar de relatieve luchtvochtigheid. Het vocht kan neerslaan op koude buitenmuren, achter kasten of op andere plaatsen waar nauwelijks lucht beweegt.
Daardoor ontstaat soms een misleidend beeld. De schimmel verschijnt bijvoorbeeld in een onverwarmde slaapkamer, terwijl een deel van het vocht afkomstig is uit koken, douchen of was drogen elders in de woning. De plaats waar de schade zichtbaar wordt, is dus niet altijd de plaats waar het vocht ontstaat.
Ook meubels kunnen de situatie versterken. Een grote kast die strak tegen een koude buitengevel staat, belemmert de luchtcirculatie en houdt de wand lokaal koud. Achter het meubel kan daardoor langdurig een vochtig microklimaat ontstaan, zonder dat bewoners dit direct opmerken.
Van hoge luchtvochtigheid naar schimmelgroei
Schimmelsporen zijn van nature aanwezig in de binnen- en buitenlucht. Dat betekent niet dat in iedere woning schimmel ontstaat. Daarvoor is vooral langdurig voldoende vocht nodig. Wanneer oppervlakken regelmatig vochtig worden of onvoldoende kunnen drogen, krijgen schimmels de gelegenheid om zich op verf, kit, behang, hout, gips en pleisterwerk te ontwikkelen.
Schimmelvorming is daarmee geen willekeurig of uitsluitend cosmetisch probleem. Het is een zichtbaar signaal dat de vochtbalans in of rond een constructie niet goed functioneert. Alleen de schimmel verwijderen is daarom meestal onvoldoende. Zolang de achterliggende bron van het vocht blijft bestaan, is de kans groot dat de aantasting terugkomt.
Vocht en schimmel in woningen worden bovendien in verband gebracht met een verhoogd risico op onder meer luchtwegklachten, astma en luchtweginfecties. De individuele gevoeligheid verschilt, maar vooral mensen met bestaande luchtwegproblemen of allergieën kunnen meer klachten ervaren in een vochtige woning
Slechte woningkwaliteit versterkt de gevolgen
Niet iedere woning reageert hetzelfde op minder verwarmen en ventileren. In een goed geïsoleerde woning met gelijkmatige oppervlaktetemperaturen en een goed functionerend ventilatiesysteem blijft het risico doorgaans beperkter. In een woning met koude gevels, enkel glas, bouwkundige kieren, koudebruggen of een ontoereikende ventilatievoorziening kunnen dezelfde leefomstandigheden veel sneller tot condensatie en schimmel leiden.
Daar zit een belangrijke ongelijkheid. Juist huishoudens met weinig financiële ruimte wonen relatief vaak in woningen waarin energiekosten en bouwkundige kwetsbaarheid samenkomen. Zij hebben niet altijd de middelen of zeggenschap om de woning te isoleren, ventilatie te verbeteren of achterstallig onderhoud te laten uitvoeren. De WHO merkt eveneens op dat vocht en schimmel relatief vaak voorkomen in slecht onderhouden huisvesting van huishoudens met lage inkomens.
Het risico ontstaat daarom in een keten:
hoge energielasten → minder verwarmen en ventileren → koudere oppervlakken en hogere relatieve luchtvochtigheid → condensatie → langdurig vochtige materialen → schimmelgroei en mogelijke materiaalschade.
Die keten is geen automatisme. Minder stoken leidt niet in iedere woning tot schimmel, en schimmel is niet altijd het gevolg van energiearmoede. Maar wanneer financiële druk samenvalt met een bouwkundig kwetsbare woning, wordt de marge steeds kleiner. Een kleine koudebrug, beperkte ventilatie of een vochtgevoelig detail dat jarenlang nauwelijks klachten gaf, kan dan ineens zichtbaar worden.
Daarmee raakt energiearmoede niet alleen de betaalbaarheid van wonen. Het kan ook de kwaliteit van het binnenklimaat en de technische staat van een woning onder druk zetten.

De verborgen kosten van vocht- en schimmelproblemen
Veel vochtproblemen ontstaan niet van de ene op de andere dag. Vaak begint het met een relatief klein bouwkundig of bouwfysisch probleem dat in eerste instantie nauwelijks zichtbaar is. Een koudebrug, een beperkte ventilatie, een plaatselijke condensatieplek of een klein gebrek in de gebouwschil hoeft niet direct tot grote schade te leiden. Maar wanneer een woning langdurig vochtig blijft en herstel wordt uitgesteld, kunnen de gevolgen zich stap voor stap uitbreiden.
Dat geldt zeker voor huishoudens die al onder financiële druk staan. Wanneer de energierekening een steeds groter deel van het inkomen opslokt, is er vaak minder ruimte om een bouwkundig onderzoek uit te laten voeren, een lekkage tijdig te herstellen of preventief onderhoud uit te voeren. Begrijpelijk vanuit financieel oogpunt, maar bouwkundig kan uitstel juist leiden tot hogere herstelkosten.
Vocht tast meer aan dan alleen de afwerking
Een vochtplek op een muur of plafond lijkt in eerste instantie vaak een cosmetisch probleem. In werkelijkheid kan langdurige vochtbelasting veel verder gaan dan verkleuring of loslatend schilderwerk.
Afhankelijk van de oorzaak en de constructie kunnen onder meer de volgende problemen ontstaan:
schimmelvorming op wanden, plafonds en kozijnen;
aantasting van houten constructies door langdurig vocht;
verlies van isolerende werking van nat isolatiemateriaal;
corrosie van metalen onderdelen;
afnemende energieprestaties van de woning;
hogere onderhouds- en herstelkosten op langere termijn.
Juist daarom is het belangrijk om niet alleen de zichtbare schade te herstellen, maar vooral te begrijpen waarom een constructie vochtig blijft.
Een gezond binnenklimaat begint bij een gezonde constructie
Vocht en schimmel zijn niet uitsluitend een technisch vraagstuk. Ze hebben ook invloed op de kwaliteit van het binnenklimaat. Een woning waarin oppervlakken langdurig vochtig blijven, biedt een gunstige omgeving voor schimmelgroei. Dat kan bijdragen aan gezondheidsklachten, zeker bij mensen met astma, allergieën of andere luchtwegaandoeningen. Daarom adviseren onder meer het RIVM en de GGD om vocht- en schimmelproblemen niet alleen cosmetisch aan te pakken, maar de achterliggende oorzaak te onderzoeken.
Een duurzame oplossing begint dus niet met het verwijderen van de schimmel, maar met het vaststellen waarom deze is ontstaan.
Van energiearmoede naar woningkwaliteit
De cijfers van CBS en TNO laten zien dat de financiële druk op een grote groep huishoudens toeneemt. Daarmee groeit ook het belang van woningen die bouwkundig goed presteren. Een goed geïsoleerde woning met een doordachte ventilatievoorziening en een gezonde vochtbalans is minder kwetsbaar voor condensatie en schimmelvorming dan een woning waarin meerdere bouwkundige risico's samenkomen.
Juist daarom verdient de relatie tussen energiearmoede, woningkwaliteit en vochtproblematiek meer aandacht. Niet omdat iedere energiearme woning automatisch vochtproblemen krijgt, maar omdat financiële druk ervoor kan zorgen dat bestaande bouwkundige kwetsbaarheden langer aanwezig blijven of pas laat worden ontdekt.
Een onafhankelijk bouwkundig onderzoek kan in zulke situaties duidelijk maken of sprake is van condensatie, een bouwfysisch probleem, een verborgen lekkage of een combinatie van meerdere oorzaken. Pas wanneer de werkelijke oorzaak is vastgesteld, kunnen herstelmaatregelen doelgericht worden uitgevoerd en onnodige kosten worden voorkomen.
Onafhankelijk bouwkundig onderzoek geeft duidelijkheid
Vocht-, condensatie- en schimmelproblemen ontstaan zelden door één enkele oorzaak. In de praktijk zien wij regelmatig dat verschillende bouwkundige en bouwfysische factoren elkaar versterken, zoals koudebruggen, onvoldoende ventilatie, verborgen lekkages, gebrekkige isolatie of een verstoorde vochtbalans. Daarom is het belangrijk om niet direct herstelwerkzaamheden uit te voeren, maar eerst de werkelijke oorzaak vast te stellen. Met een uitgebreide bouwkundige vochtrapportage brengen wij de situatie objectief in kaart, zodat herstelmaatregelen gericht kunnen worden uitgevoerd en onnodige kosten worden voorkomen.
Twijfelt u of de vochtproblemen worden veroorzaakt door condensatie, een verborgen lekkage of een bouwfysisch gebrek? DutchDetect is gespecialiseerd in onafhankelijk bouwkundig vochtonderzoek, lekdetectie en bouwfysische analyses voor woningen, VvE's, bedrijven en vastgoedbeheerders. Wilt u weten wat de oorzaak is van de vochtproblemen in uw woning of gebouw? Neem dan gerust contact met ons op. Wij denken graag met u mee en zorgen voor een objectieve beoordeling, een heldere onderbouwing en een praktisch advies waarmee u gericht verder kunt.



Comments